Dubbele handschoenen, dubbele zorgen

Begin januari zette Astrid zich in op de zorgafdeling voor ouderen met dementie via Extra Handen voor de Zorg. Het coronavirus bleef lang buiten de deur bij het woonzorgcentrum Merenhoef in Maarssen, maar dat veranderde onlangs. In de blog hieronder vertelt Astrid over haar ervaringen in deze bijzondere situatie. 

“Wanneer ik aankom, is het onduidelijk of ik op de juiste afdeling ben beland. In de afgelopen dagen zijn de roosters nog bijgesteld. Iets dat tekenend is voor de uitdaging waar de zorg nu voor staat. Kort daarna sta ik volledig ingepakt op één van de afdelingen waar corona heerst. Ik draag een witte overall met blauw overschort, inclusief een haarnetje, bril, mondkapje, schoenhoezen en dubbele handschoenen. De binnenste handschoen fungeren als mijn ‘nieuwe huid’, zo begrijp ik later. De buitenste kan ik tussendoor vervangen als dat nodig lijkt. 

Momenteel is het rustig op de afdeling. De dagen hiervoor waren een stuk chaotischer. Twee bewoners zijn overleden. Ik kan de situatie niet vergelijken, want ik weet niet hoe levendig deze afdeling was zonder corona. Vrijwel iedereen ligt nu te slapen, grotendeels als gevolg van het virus.

Twee dames komen zo nu en dan van hun kamer af. Dat betekent echter niet dat corona bij hen wel meevalt. Het schijnt dat de dementie zo sterk kan zijn dat men nog van alles kan, ondanks een ziek gevoel of laag zuurstofgehalte. De andere bewoners zoek ik op de kamer op. Als personeel zien we er allemaal hetzelfde uit in onze pakken, dat moet een vreemde aanblik voor hen zijn. Hopelijk stelt onze stem hen op het gemak. 

Aan één van de dames vertel ik dat ik nieuw ben. “Het is een vreemdeling zeker, die verdwaald is zeker,” zingt ze. Ik zing gezellig met haar mee. In haar bed smult ze dankbaar van de stukjes banaan die ik voor haar klaargemaakt heb. Als ik me aan een ander voorstel, zegt ze: “Ah, Astrid, koningin van België.” Daar ben ik inderdaad naar vernoemd. Hoe raadt ze het?

Ik help bij eten en drinken. Ik lees voor, luister en praat. Een mooi aanknopingspunt voor een praatje zijn de foto’s, post en spullen op de kamers van de bewoners. De lekkernijen voor kerst staan deels nog onaangeroerd in de koelkast. Na de bestelling sloeg corona toe en verliep kerst hier anders dan verwacht.

Ik ontmoet meerdere collega’s van zowel de middag- als de avonddienst. Ze zien er allemaal hetzelfde uit. Alleen als we de afdeling afgaan en de pakken uitdoen, vangen we een glimp van elkaars gezicht op. Als personeel eten en drinken we niet op de afdeling. Ook een toiletbezoek doen we elders. Dit om onszelf te beschermen tegen besmetting. Dat betekent dat alle beschermende kleding uitgaat, weggegooid wordt en je daarna nieuwe aantrekt. Een enorm materiaalverbruik. Dat is nodig en logisch. Tegelijkertijd vormt het een contrast met mijn wens niet te veel weg te gooien.

‘s Avonds help ik bij een toiletbezoek en naar bed gaan. Met een tillift wordt een bewoner van de rolstoel naar het bed verplaatst. Ik help bij het verschonen van de incontinentiebroek en het aantrekken van speciale slaapkleding, om te voorkomen dat ‘s nachts de stoma wordt losgetrokken. Daarna vertrek ik naar huis, wetende dat in de komende uren zeer waarschijnlijk één van de bewoners overlijdt.

Ik kom rond 22:00 uur ’s avonds thuis en heb wat te verwerken. Dat is logisch, want een eerste werkdag is vaak vermoeiend. Niet omdat je al heel veel gedaan hebt, maar door de indrukken. En hier zijn dat er nog wat meer dan normaal. Als ik zondag arriveer is één bewoner overleden. Ik voel berusting. De toestand van de anderen oogt gelijk aan gisteren.

Eén van de bewoners vindt het fijn om een hand vast te houden. Tot negen maanden geleden was dit iets waar je niet eens over nadacht. Nu wel. Het kan, want ik heb dubbele handschoenen aan. Omdat ze beweeglijk is en kans heeft om uit bed te vallen, staat haar bed zo laag mogelijk bij de grond ingesteld met daarnaast een valmatras. Nadat zij een kiwi en banaan gegeten heeft, houd ik haar hand vast en ‘speel’ zachtjes liedjes op haar knokkels. Samen zingen we een aantal kinderliedjes. 

Het was een bijzonder weekend en het is fijn om bij te dragen aan het welzijn van deze mensen. Of zij corona zullen overleven, weten we niet. Ik hoop in ieder geval dat ze lichamelijk niet lijden én dat we kunnen bijdragen aan aandacht en fijne momenten.” 

Nu dit artikel is geplaatst, is het inmiddels 3,5 week verder. De hele afdeling is nu coronavrij en de overige bewoners hebben corona overleefd. Al, zo schrijft Astrid, hebben sommige bewoners een ‘jasje uitgedaan’.

Dit artikel is oorspronkelijk geplaatst op de website van Utrechtzorg.